Beter wordt het niet

Door Aart Mak

De zwaarste aardbeving die ooit in dit deel van de wereld waar wij wonen plaatsvond, was in het jaar 1692, op 18 september om even na kwart over twee ‘s middags. Ik las dat in het boek De levens van Jan Six van mijn achterneef. Van de lessen op de lagere school herinner ik mij verder nog de cycloon van Borculo in het jaar 1925 die in veel meer plaatsen dan alleen in dit dorp in de Achterhoek voor flinke schade zorgde. En dan was er natuurlijk de watersnood aan het begin van het jaar 1953, waarbij 150.000 hectare onder water kwam te staan en 1836 mensen omkwamen, naast tienduizenden koeien, schapen, geiten en andere dieren. En van de geschiedenislessen herinner ik mij ook de Sint-Elisabethsvloed. Dat was in 1421, waarbij volgens nuchtere schattingen uit later tijd zo’n tweeduizend mensen moeten zijn omgekomen. Het was toen in de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten en dat was vooral de oorzaak dat het dijkonderhoud zwaar verwaarloosd was en er zoveel mensen in het water omkwamen.

Goed beschouwd leven wij hier, in dit lage land aan zee, al eeuwen op een bovengemiddeld veilige plek, vergeleken met vele andere gebieden in de wereld. Mexico werd afgelopen donderdagnacht getroffen door een aardbeving van 8,2 op de schaal van Richter, een zeer zware aardbeving met aantallen slachtoffers die naar de honderd kruipen. We worden deze weken vooral aan in de krant gezogen of aan het scherm gekluisterd door de orkaan met de naam Harvey die Houston en veel andere plaatsen in Texas ontredderd achterliet. Moet u zich voorstellen, 1,3 meter neerslag. En dan de afgelopen week de orkaan Irma – wie verzint die namen toch – die een van ‘onze’ Caribische eilanden Sint Maarten met name maar ook Sint Eustatius en Saba en niet te vergeten de grote eilanden daar tot aan Florida in een onbewoonbare hel omtovert. Een wind met een kracht tot soms boven de 300 kilometer per uur, onvoorstelbaar. En de volgende is in aantocht, José, ik spreek hem maar netjes op z’n Spaans uit. En, zonder volledig te willen zijn en ook niet om de betweter uit te hangen, maar waar we de laatste weken via de media getuige van zijn, haalt het weer niet bij de gigantische overstromingen op dit moment in Nepal en Bangladesh. Honderden mensen zijn al omgekomen in landen waar het onder normale omstandigheden al behelpen is om te overleven.

In het dagblad Trouw ging een dag of wat geleden een discussie tussen twee filosofen ineens over het einde van de wereld en of we daarop afkoersen. Het is maar hoe je het bekijkt, luidde het antwoord heel kort samengevat. Duidelijk is ook dat orkanen, aardbevingen en overstromingen er altijd zijn geweest maar dat de heftigheid en daarmee de vernietigingskracht toenemen. En wie dat niet toeschrijft aan de klimaatverandering, moet aandelen hebben in kolenmijnen of dieselauto’s, met andere woorden een groot belang om net te doen of er niets aan de hand is. Het is echt alle hens aan dek, politiek gesproken en het is zacht gezegd verbazingwekkend dat de kabinetsonderhandelingen wel eens daarom zo lang duren omdat een zich christelijk noemde partij, ik bedoel degene met een A in de naam en niet die met een U, zich aartsconservatief opstelt, zowel als het gaat om immigranten als om wat nodig is om de uitstoot van CO2 en het monster dat methaan heet, tegen te gaan en daarmee de opwarming van de aarde op z’n minst tot staan te brengen. 

En daarom allemaal werd ik de afgelopen week waarin de arts mij verzekerde dat ik nooit van mijn levensdagen meer last zal hebben van deze virusinfectie gezien mijn opgebouwde antistoffen, het meest getroffen door twee Zweedse psychologen die hun landgenoten in druk bezochte cursussen het volgende leren: Beter wordt het niet. Het moet in hun ogen de nieuwe levensfilosofie van de Zweden worden: Beter wordt het niet. Het is allemaal bedoeld als tegenwicht tegen de stortvloed aan zelfhulpboeken en driftig rondgestrooide optimistische boodschappen die suggereren dat je kunt worden wat je wilt, als je er maar in gelooft. Ze hebben gelijk, denk ik. Er is niks mis met optimisme, maar het is in onze westerse samenlevingen verworden tot grenzeloze positiviteit. En in die eindeloze jacht op geluk gaan de meesten snikkend over hun eigen falen ten onder. Alsof het leven niet complex is en alsof er niet tegenslag, pech en ongeluk bestaan. En natuurrampen. Of consequenties van opeengestapelde menselijke kortzichtigheid. Inzien dat het niet beter wordt, dat het is zoals het is en dat je bent wie je bent, helpt dan weer om anderen te ontmoeten en het leven in al z’n grimmigheid maar ook z’n vrolijkheid te delen. Nou, dat ongeveer. Maar nogmaals: wij leven hier in Nederland op een ondanks de waterdreiging ongelooflijk veilige plek, gemeten naar de rest van de wereld. Alleen, ja, over aardbevingen gesproken. In Groningen weten ze daar dus ook alles van. En dat is dus niet te wijten aan aardschollen en andere natuurkrachten. Zelf gedaan, mensenwerk. Ik hoop niet dat dit een voorbode is van wat ons op wereldschaal de komende jaren nog te wachten staat. Beter wordt het in elk geval niet…

Terug naar overzicht…