Maria

Door Ds. Aart Mak

Over Maria, de vrouw uit het vissersdorp Magdala, is een legende geweven. Deze zegt dat zij als vrouwelijke apostel verzeild raakt in een bootje ergens op de Middellandse Zee, in een storm terechtkomt en belandt op de zuidkust van Frankrijk, in de buurt van Marseille. Het verhaal gaat verder en zegt dat ze daar in een tempel haar geloof in Jezus verkondigt. Op grond van haar evangelisatie zijn mensen in de streek van Zuid-Frankrijk tot geloof gekomen. Maria zou daar ook later zijn  overleden. In de achtste eeuw heeft een vrome hertog haar gebeente naar de Noord-Franse stad Vézelay gebracht. Daar heeft hij er een kerk omheen gebouwd, de Magdala-kerk. De kerk is nog steeds het beginpunt van de pelgrimsroute naar Noord-Spanje, naar Santiago de Compostella.

In de canonieke evangeliën gaat het over vele vrouwen die Jezus volgen. Van Maria uit Magdala wordt gezegd dat zij zeven boze geesten had. Het lijkt erop dat hier met termen van vroeger iets wordt beschreven dat wij nu een ernstige vorm van gespleten persoonlijkheid, schizofrenie, zouden noemen. In vroegere tijden beschouwden mensen dat als een teken dat er demonische machten van buitenaf aan het werk waren. Het lijkt erop dat Maria van Magdala daardoor ook beheerst werd. Zij wordt daar, staat er simpelweg, door Jezus van bevrijd en sinds die tijd is zij niet meer van de zijde van Jezus geweken. In de niet-officiële kerkelijke traditie in de eerste eeuwen van het christendom, had Maria een prominente plaats. Dat was de gnostische traditie die, anders dan de officiële katholieke kerk, de vrouwen van even veel waarde achtte als de mannen als het ging om het ontvangen en doorgeven van het evangelie. In die traditie wordt Maria als een vrouw met grote wijsheid gezien. Daar zijn dus allerlei teksten van bewaard. Zo staat er bijvoorbeeld in een evangelie dat Philippus schreef: "Drie vrouwen trokken altijd met de Heer op, Maria zijn moeder, zijn zuster en Maria Magdalena. Deze Maria wordt de metgezellin van Jezus genoemd. En Jezus hield op een andere wijze van Maria dan van de ander leerlingen." Maria wordt hier vergeleken met een ziende, iemand die visioenen had, iemand met meer zag dan anderen. Helderziend zouden we nu zeggen.

Er zijn zelfs mensen die zeggen dat er tussen Jezus en Maria een soort liefdesrelatie bestond. Dat brengt ons bij dat vaak niet uitgesproken maar door veel bijbellezers wel eens opgekomen idee: was Jezus nu wel of niet getrouwd? Van al zijn discipelen is zo goed als zeker dat zij getrouwd waren. Van Petrus wordt de schoonmoeder genoemd en dat klinkt niet uitzonderlijk. Van alle rabbijnen in de tijd van Jezus, en Jezus ging door voor een rabbijn, was het volkomen vanzelfsprekend dat zij getrouwd waren. De officiële evangeliën zwijgen wat dit betreft over Jezus. Het lijkt het er in elk geval op dat Maria dichtbij Jezus stond en meer te zeggen had dan later in de ons bekende bijbel overbleef. Wanneer je de latere traditie bekijkt, zie je dat bijvoorbeeld de kerkvader Ambrosius moeite heeft om te erkennen dat een vrouw een apostel was. Hij zegt ergens in één van zijn geschriften: 'Het is acceptabel dat een vrouw werd aangesteld als boodschapster voor de mannen. Zoals de vrouw die als eerste aan de man de boodschap van de zonde in de wereld had gebracht (Eva), ook de eerste moest zijn die de boodschap van de genade van God zou brengen.' De vrouw Maria uit Magdala krijgt bij Ambrosius, een beetje tegen heug en meug zo lijkt het - in zijn tijd speelden vrouwen al geen rol meer in de kerk - , toch enige waardering, maar alles in dienst van de mannen.

Wist u dat er ook een evangelie op naam van Maria staat? In dat evangelie staan prachtige dingen. Het is vooral een evangelie dat met wijsheid, met innerlijk inzicht, met intuïtief geloven te maken heeft. Dus niet met geloven op gezag, niet met boekenwijsheid, niet met datgene waarmee mannen zich nogal eens bezig hielden en houden: objectiviteit, autoriteit en gehoorzaamheid. In het begin van het evangelie van Maria staat dat de discipelen in rouw zijn gedompeld over Jezus' dood. Zij zijn ook bevreesd voor hun eigen leven. Dan staat Maria op om haar mannelijke medediscipelen moed in te spreken. Ze zegt: 'Ween niet, twijfel niet, want Christus leeft en zijn genade zal volkomen bij jullie zijn en Hij zal jullie beschermen.' Dan vraagt Petrus aan Maria: 'Vertel ons de woorden van de Verlosser die jij je herinnert.' Maar dan vertelt Maria tot Petrus' verrassing niet de woorden die Jezus vroeger gezegd heeft vóór zijn kruisdood, maar dan legt ze aan de andere discipelen voor wat ze in de geest heeft ontvangen, wat ze als openbaring heeft gekregen. Daarover gaat het dan in dat evangelie en aan het eind wordt Maria stil omdat het tot daartoe was dat de Verlosser met haar had gesproken. Andreas, een discipel zegt dan tot zijn broeders: 'Zeg over wat ze gesproken heeft wat je wil, maar ik geloof in elk geval niet dat de Verlosser dit heeft gezegd. De beweringen van deze vrouw zijn bepaald vreemde ideeën!' Petrus is dat met Andreas eens en maakt de gedachte dat Maria in haar visioen de opgestane Heer echt zag, belachelijk. Maar het verhaal gaat nog even verder. Maria huilt en zegt tegen Petrus: 'Mijn broeder Petrus, wat denk je, denk je dat ik het in mijn eigen hart heb verzonnen, denk je dat ik kan liegen over de Verlosser?' Levi, ook een discipel, antwoordt en zegt tegen Petrus: 'Petrus, jij bent altijd heet gebakerd geweest, als de Verlosser haar zo waardeerde, wie ben jij dan dat je haar zou verwerpen?' Nu volgt er een gesprek tussen de mannen en daarin wordt Maria tenslotte van blaam gezuiverd.

Je ziet in dit stukje (dat dus niet in de officiële bijbel voorkomt) al hoe de latere strijd van de kerk zich gaat ontwikkelen. De kerk heeft zich een paar generaties na de opstandig van Jezus al vrij snel op een orthodoxe, nogal mannelijke manier ontwikkeld. De kerk moest en zou zich organiseren. Bij organisatie horen afspraken en machtsverhoudingen. Toen ontstond het model van de kerk dat haarfijn lijkt op het model van het Romeinse Rijk. Eén man aan de top, de bisschop van Rome, de paus, daaronder de kardinalen, dan de bisschoppen, daaronder de priesters en helemaal onderaan het gewone volk. En daarmee werd die oorspronkelijke, vrije vorm van geloven waarvan het evangelie van Maria getuigt, naar de rand geschoven. Misschien moet de huidige kerk wel als een bootje vergaan in de storm van de tijd en ergens aan een kust spoelen mensen aan die helemaal opnieuw beginnen. Misschien is die storm nu wel gaande.

Met muziek van Grieg aan het begin (Holberg Suite) en Rachmaninoff aan het eind (einde 1e deel van zijn 2e pianoconcert). Verder hoorde u een fragment uit de Matteüs, vertaald door Jan Rot, en ‘De steppe zal bloeien’ van Oosterhuis en Oomen. Gelezen werd uit Markus 16: 9-10. Het gebed kwam uit de bundel ‘Zeggen en zwijgen, oecumenisch gebedenboek voor alledag’ van Marcel Barnard e.a..

 

 

Terug naar overzicht…