Kerkvervreemding

Door Aart Mak

Weet u, de moderne kerkverlating is geen verlating van het gebouw. Ik schreef dat ruim drie jaar eerder in het boek waarin we afscheid namen van de Radiokerk aan de Vijverweg. En ik schreef verder: ‘Kerkverlating is het afscheid van een kerkelijke manier van doen. Er helpt geen lievemoederen aan. De traditionele kerkdienst vraagt om horen en gehoorzaamheid, terwijl de moderne mens wil overleggen en meepraten.’ En op het eind: ‘In het laatste bijbelboek wordt gedroomd van een God die woont te midden van de mensen. De stad van mensen heeft dan geen muren meer nodig en evenmin een gebouw waarin je doet aan godsdienstoefeningen. Dit visioen is in feite een herziening van de eigen realiteit. Het kerkgebouw van nu was en is, in dit licht gezien, nooit bedoeld om te koesteren en te bezitten. Het ging en gaat om iets anders, om het verlangen naar Gods aanwezigheid te voeden. En juist de moderne generaties, is mijn ervaring, hebben de kerkgebouwen verlaten omdat ze daar niet vonden wat ze zelf, geëmancipeerd en mondig, zochten en verlangden. Er is veel godsbesef en vooral verlangen naar bevlogen uitingen van menselijkheid buiten de muren van de kerk. Het verdwijnen van een kerkgebouw is nog niet het zoekraken van heilige geest.’ Dat was toen, toen we met radio en al wegtrokken uit de Vijverwegkerk. We zijn inmiddels een paar jaar verder. De tijd is zo mogelijk nog turbulenter geworden dan toen. Waar hebben we het over als we nog iets overeind willen houden van kerk of geloof? Vorige week zei ik in al mijn eigenwijsheid in elk geval dat de organisatie die bij geloof hoort, de kerk zoals wij die kennen, niet meer nodig is. Dus terwijl ik eerst het kerkgebouw relativeerde, gooi ik er nu een schepje bovenop. Ook de organisatievorm die we kerk noemen, heeft in mijn ogen haar beste tijd gehad en daar is niet zoveel mis mee.

De organisatie kerk heeft haar beste tijd gehad. Misschien is het omdat ik zoveel mensen buiten een kerkelijk georganiseerde gemeenschap tegenkom en als individu begeleid. Als predikant functioneer ik dus voor een deel van mijn tijd buiten de organisatie kerk. Ik sta in het ambt, maar oefen dat uit voorbij aan de kerkelijke grenzen. Dat bepaalt mede mijn denken. Het is ook mogelijk dat ik mijn drie volwassen kinderen te goed begrijp als zij op hun eerlijkste momenten aan mij vragen waarom ik een oud boek en God erbij haal als het zo voor de hand liggend eenvoudig is wat ons te doen staat in deze wereld en deze tijd. Dat spoort met mijn al heel lang bestaande waarneming dat veel kerkelijk gelovigen een hele omweg nodig hebben om bij het leven uit te komen, als ze dat al doen. Veel gelovigen blijven hangen in het gevoel voortdurend tekort te schieten, een altijd sluimerend schuldbesef tegenover God of mensheid die altijd meer vragen dan jij kunt doen  – en een slecht of matig ontwikkeld vermogen om zichzelf voor lief te nemen en van het leven dat zich aandient te genieten. En dan – dit voor alle eerlijkheid - was ik ook nog eens een gretige doctoraalstudent bij Kuitert van wie iedereen mag zeggen wat hij wil, maar die mij wel geleerd heeft dat moraal iets algemeen menselijks is en dat christenen geen eigen bijzondere bron hebben om het leven beter te begrijpen en te hanteren, ook al beweren ze het tegendeel. Voor zover u even niet begrijpt wat dat betekent, zeg ik het nog eens op een andere manier: geloven kan van grote betekenis zijn voor een mens maar niet dat je iets weet of kunt wat anderen niet weten of kunnen.

Maar dan blijft des te meer de vraag wat geloof dan is en waar geloven goed voor is. Geloof is voor mij vooral het idee dat dit hele bestaan ergens goed voor is en dat jijzelf daar een wezenlijke rol in speelt. Van dat besef getuigen alle godsdiensten. Het is dus niet een voor waar aannemen maar voor mogelijk houden. Het is niet zozeer buitenkant, al bestaan er rituelen en gewoonten, maar het is vooral binnenkant. Het is mystiek. Een koesteren van een vermoeden dat soms ver weg is. Het is je  zelf onder ogen zien, het gevecht aangaan met je ik en je verlanglijstjes, je angst niet gezien te worden, leren afscheid nemen, ouder worden, de weg gaan om met je deugden en ondeugden om te gaan, evengoed als met je medemensen. Het is de twijfel, het niet weten, het is ook en vooral de omarming van een ander, het leven, for better or for worse. Het is de ontdekkingstocht hoe zich in de tegenstrijdigheden van dit bestaan, in de raadsels en de paradoxen zich iemand of iets aandient, misschien ben jij het zelf, zoals de Indiërs zeggen, of is het degene die joden en christenen en ook ik God noemen. En dan kies je iemand, een leermeester, een wijze, in mijn geval is dat Jezus die voor mij samenvalt met het vermogen alles en iedereen los te laten en toch de liefde te behouden. Niet minder, niet meer.

Nog één ding. Het verbaast mij al jaren dat het juist over die binnenkant, dat mystieke, die innerlijke leerweg noem ik het ook, zo weinig gaat in de meeste kerkdiensten. Het gaat er of leerstellig of liberaal aan toe. Er moet blijkbaar iets duidelijk worden gemaakt, namens een oude schrijver of zelfs namens God, iets dat wij heus al wel wisten. En dan proef ik nogal eens, ook bij mijzelf, een krampachtigheid om te laten zien dat wat in die bijbel staat ook van betekenis is voor mensen nu. Terwijl er onder talloze mensen genoeg geloof is op de manier die ik eerder noemde én bewogenheid met medemensen en milieu is om niet één moment bang te hoeven zijn dat het zonder de organisatie kerk naar de afgrond gaat met deze samenleving. Integendeel, elke vervreemding ook wat ik maar kerkvervreemding noem, kan leiden tot een nieuwe kijk op nog steeds dezelfde wereld, een wereld die m.i. nog steeds vol is van Gods heerlijkheid.

 

 

Terug naar overzicht…