Tien jaar PKN

Tien jaar PKN

Door Ad van Nieuwpoort

Ik voelde me gisteren een beetje een farizeïsche Jona die is afgedaald in het scheepsruim van het schip terwijl hij eigenlijk naar Mokum moest. Ik was namelijk niet op de predikantendag van de PKN. Deze Jona heeft lang getwijfeld. En met die twijfel kijk ik nu even naar mijzelf in de spiegel. Ik heb het een beetje moeilijk met mijn kerk. Ik kan er niets aan doen maar ik zeg het toch maar heel eerlijk. Ik zou natuurlijk heel blij moeten zijn en moeten meefeesten met het tienjarig bestaan. Maar ik ben niet zo blij en voel me in toenemende mate een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik volg het wat op een afstand. Heb groot respect voor mensen als Arjan Plaisier en Karin van den Broeke. Ik ken hen als integere mensen die kiezen voor een inhoudelijke lijn. Maar toch. Ik keek via uitzending gemist naar de viering met de Koning erbij. Zelf had ik die ochtend ook gepreekt. Met veel aanvechting overigens. Sinds deze zomer merk ik dat het wereldgebeuren meer dan ooit mensen bezig houdt. Mensen snakken naar een plek waar ze hun gedachten wat kunnen ordenen. Een plaats om bepaald te worden bij waar het om zou mogen gaan. Maar het is uiterst kwetsbaar en broos. De hele wereld staat op zijn grondvesten te schudden. De slagers hebben inmiddels de grenzen van Turkije bereikt. Er heerst een wankel evenwicht in Europa. In ons land komen mensen van een ingrijpende ramp vandaan en de beelden met de lijken op de straten in Afrika schieten dagelijks voorbij. Meer dan ooit merk ik dat juist in deze context de verhalen uit de bijbel gaan leven. En dat komt misschien juist wel omdat die verhalen zelf ook door de crisis zijn heengegaan. De teksten schuren. Zijn vol afgrond en zevende hemel. Geen gladgestreken verhaaltjes zijn het, geen vrome frasen, maar weerbarstige woorden vol aanvechting. Zoals Jezus zelf: door de dood heengegaan.

Maar waarom merk ik daar zo weinig van in onze kerk? We zijn een marginaal verschijnsel geworden en dat is misschien maar goed ook. Het doet een beroep op onze creativiteit om juist vandaag dit verhaal weer te laten spreken op een manier die we misschien in de kerk niet zo gewend zijn. We moeten leren om met de ogen van een 'buitenkerkelijke' te lezen en te kijken. Dan kom je volgens mij niet op het idee om een boordje te gaan dragen, dan zul je juist misschien wel die hele kerkelijk entourage van je af moeten schudden en Griek moeten worden met de Grieken.

Ik kijk met de ogen van mijn buitenkerkelijke vriendjes naar zo'n viering die begint met een kinderkoortje 'we zijn zo blij' en eindigt met Ernst Daniel Smid en vraag me af: is dit nu de vrucht van tien jaar PKN? Is dit de weg? Een televisiedienst die er zogenaamd modern uit ziet, maar nog steeds zo beladen kerkelijk is met tal van vanzelfsprekendheden waarin geen enkele aanvechting hoorbaar is. Is de strategie nu dat we helder moeten zijn in onze boodschap? Dat we vooral die tijd van aarzeling en aanvechting achter ons moeten laten? Is dat het beleid dat ons door het Dienstencentrum wordt gedicteerd? Moet de predikant zichtbaar worden met priesterboordjes of met een toga op de Dam? Of moet het misschien echt anders? Moeten we niet eens al die vanzelfsprekendheden waar we van uit menen te kunnen gaan eens onder de loupe houden? Moeten we niet eens flink gaan investeren in de schat die ons in de Schrift is geschonken in plaats van allemaal aardige missionaire trucjes te leren om zogenaamd beter over te komen? Waar mensen naar smachten is geen waterdicht en wereldvreemd priesterboordje maar is een verhaal dat de storm heeft doorstaan. Een verhaal waar de aangevochten mens vol vragen zich in kan herkennen. We zijn in de kerk druk doende met de vorm, maar wat is nu eigenlijk ons verhaal?

Of ben ik nu de farizeïsche, zure Jona die meent het gelijk aan zijn kant te hebben? Zou zo maar kunnen. Dan hoop ik overigens wel op een grote vis waarin ik wat oude Psalmen kan opdiepen.

Ad van Nieuwpoort

Terug naar overzicht…