Tegen de zwartste hemel aangeschreven

Tegen de zwartste hemel aangeschreven

Door Ad van Nieuwpoort

Het wereldgebeuren kwam deze zomer verbijsterend dichtbij. Wat normaal een komkommertijd heet, werd, zoals de Volkskrant het onlangs noemde, een oorlogszomer. Normaal gesproken zijn we goed in staat om wat er in de wereld gebeurt een beetje op een afstand te houden, hoe betrokken we ook zijn. Door de snelle media worden we immers doorlopend overspoeld met informatie over de brandhaarden her en der. Uit zelfbescherming schep je dan vanzelf enige afstand, hoe moeilijk soms ook. Maar door wat hoogstwaarschijnlijk een fatale vergissing was, in een oorlogsgebied hier niet ver vandaan kwam het ineens heel dichtbij en werd plotseling heel concreet wat wij gangbaar op afstand houden. De vliegtuigen naar onze vakantiebestemmingen vliegen normaal hoog boven de brandhaarden heen, maar nu werden wij er tot onze grote verbijstering onderdeel van. Iedereen kent wel iemand die van deze catastrofe het slachtoffer werd. Het was even stil in Nederland. Hoewel sommige media de kans grepen om meteen de schuldigen aan te wijzen, waren veel commentaren dit keer uiterst behoedzaam. Nog steeds weten wij niet wat er is gebeurd. Het onderzoek is gestagneerd. Hoogleraar Karel van Wolferen waarschuwde in de Groene Amsterdammer dat we moeten uitkijken ons mee te laten slepen door de tendens van de Europese media om meteen in de richting van Rusland te wijzen. Wie moeten we geloven? En wie is in staat zich werkelijk een goed beeld te vormen? Dat betreft overigens niet alleen de brandhaard in Oekraïne, dat geldt misschien wel voor alle brandhaarden op dit moment. Want ook die kwamen, gek genoeg, ineens veel dichterbij dan anders. En we worden er allemaal op de een of andere manier door geraakt. Misschien heeft hoogleraar wetenschapseducatie Juliette Walma van der Molen wel gelijk wanneer zij schrijft in de Volskrant dat hoe meer de slachtoffers op je lijken, hoe sterker de nare emoties, zoals angsten, zorgen, afschuw of boosheid. We zagen op de beelden de koffers liggen die ook wij meenemen op vakantie. Hema-spulletjes, teddyberen, onze paspoorten. Met die beelden wordt elke poging tot afstandhouden teniet gedaan.

Maar waar moeten we naartoe met al die emoties en gedachtespinsels? En hoe voorkomen we dat we cynisch worden?  Cynisme ligt immers voortdurend op de loer. Ik kwam deze dagen onder de indruk van de functie die de kerkdienst op zondagochtend kan hebben. Een plaats waar we met al die verschillende emoties en gedachten bij elkaar komen op zoek naar troost en misschien ook wel op zoek naar tegengif voor dat cynisme. Want dat verhaal dat ons samenbrengt gaat telkens, zo is de ontdekking, over de wereld waarin wij leven. Het bijzondere van het bijbelverhaal is dat het ons niet doet wegdromen uit die wereld vandaan maar dat dit verhaal heel het wereldgebeuren lijkt te verdisconteren. We zien een Naomi staan met lege handen in het boekje Ruth. We horen de schreeuw van Rachel die weent om haar kinderen. Midden in het evangelie staat een groot kruis. Al die stukken en brokken waar wij tegenaan lopen worden niet verdoezeld met vrome woorden, maar komen aan de orde. In de bijbel worden onze vragen niet overgoten door een mooi religieus antwoord, maar die vragen  komen juist in de weerbarstigheid van die verhalen aan de orde. Je merkt aan die verhalen dat ze zijn opgetekend in tijden van verdrukking. 'Een spoor van licht dat als een handschrift staat tegen de zwartste hemel aangeschreven', dicht Oosterhuis. Heel ingewikkeld soms, maar hoe troostrijk ook. 'In de boekrol is over mij geschreven', dicht een Psalm. Als het goed is ontdekken we rondom dat verhaal dat het gaat over ons. Over onze vragen, ons cynisme, ons zoeken naar hoop. De kansel is niet de plaats voor weer een politiek commentaar. Die hebben we al genoeg. Maar in de bedding van dat bevrijdende verhaal van de bijbel kunnen we wel steeds weer het instrumentarium vinden om tegen de klippen op het te wagen met het visioen van een nieuwe wereld.

Ad van Nieuwpoort  

Terug naar overzicht…